|
NB: Opinies verwoord door Jacqueline de Bruijn, Mohammed Benzakour en/of andere deelnemers aan de bijeenkomst geven niet noodzakelijkerwijs de mening van de Dick Scherpenzeel Stichting weer. Verslag bijeenkomst Midden-Oosten berichtgevingOp 19 maart organiseerde de Dick Scherpenzeel Stichting een bijeenkomst over Midden-Oosten berichtgeving n.a.v. een onderzoek van politicologe/communicatiewetenschapper Jacqueline de Bruijn. De Bruijn vergeleek gedurende enkele maanden de berichtgeving door het NOS-journaal, RTL Nieuws, Netwerk, 1Vandaag en Nova over het Midden-Oosten. Specifieker: over het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Het gaat om een herhaling van haar onderzoek in 2002. Toén was een belangrijke conclusie dat de Nederlandse berichtgeving vaak ten gunste van Israël uitpakt. Hoe staat de berichtgeving er nu voor? Hoe reageren medewerkers van de betrokken nieuwsuitzendingen en actualiteitenrubrieken op haar conclusies? Een discussieavond o.l.v. Stephan Sanders, met de vertoning van de film waarin de resultaten van het onderzoek worden gepresenteerd, en een voordracht van Mohammed Benzakour.
ConclusiesTijdens het vorige onderzoek van De Bruijn vielen veel Israëlische slachtoffers, waar ook veel aandacht voor was. De televisierubrieken besteedden toen in totaal 14 uur aan het conflict, gedurende haar onderzoeksperiode. Nu, vijf jaar later, is er heel weinig aandacht voor het conflict in de geplande onderzoeksperiode. In twee maanden tijd (oktober en november 2007) waren er maar 20 items over het conflict. Daarom heeft ze ook de nieuwsuitzendingen en actualiteitenrubrieken in de drie daaropvolgende maanden bij haar onderzoek betrokken, en specifiek vier items van het NOS Journaal en RTL Nieuws in februari/maart 2008 onderzocht. Belangrijkste conclusie uit haar onderzoek nu is dat het publiek nog steeds geen evenwichtig beeld krijgt van het conflict. In de maanden oktober en november 2007 werden 65 Palestijnen gedood door het Israëlische leger, aan Israëlische kant vielen geen doden. Over de dode Palestijnen worden door de nieuwsbulletins geen reportages uitgezonden. Wel wordt de nadruk gelegd op de Palestijnse raketbeschietingen op Israël, en wordt dit telkens als legitimatie gegeven voor de aanvallen van Israël op de Gaza-strook. De indruk wordt, aldus De Bruijn, gewekt dat het gevaar van Palestijnse kant komt. Ook is er aandacht voor de vredesbesprekingen in Annapolis, maar geen enkele uitzending wijst erop dat Hamas geen plek heeft in die besprekingen, terwijl Hamas wel de Palestijnse verkiezingen heeft gewonnen. Ook de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof dat de afscheidingsmuur illegaal is, wordt niet genoemd. De actualiteitenrubrieken geven weinig tot geen aandacht aan het gebied. In de verlengde onderzoekstijd, van december '07 tot met februari '08, vallen 223 Palestijnse doden door toedoen van het Israëlische leger. Er komen drie Israëlische burgers om door Palestijnse aanvallen. Soms melden RTL en NOS helemaal niets, en als er een keer berichtgeving is, dan meldt RTL dat de Israëlische aanvallen 'defensief' zijn, en bericht NOS dat de aanvallen volgens een Israëlische woordvoerder nodig zijn tegen de dagelijkse raketaanvallen van de Palestijnen. Volgens Jacqueline de Bruijn brengen de nieuwsbulletins vooral het legitieme karakter van de Israëlische aanslagen. De actualiteitenrubrieken geven ook in de verlengde onderzoeksperiode weinig aandacht aan het conflict. Als op 6 maart acht Israëliërs omkomen, opent Nova met deze 'dodelijke aanslag'. Dat er volgens Reuters ook vier Palestijnen dood zijn, wordt niet gemeld. Conclusie van het onderzoek: De berichtgeving van de nieuwsbulletins noch van de actualiteitenrubrieken is evenwichtig. De Israëlische overheid krijgt volop de gelegenheid haar acties te verklaren, de Palestijnse kant nauwelijks. Actualiteitenrubrieken geven in vijf maanden tijd geen aandacht aan het feit dat 288 Palestijnen gedood zijn door het Israëlische leger, en wel aandacht aan het feit dat vijf Israëliërs gedood zijn door Palestijnse aanvallen. Zo wordt het beeld opgeroepen dat Israël wordt aangevallen, en dat de Palestijnen de agressor zijn.
'Saai'Internetredacteur van Trouw Jaap Meijers vindt dat het onderzoek methodologisch niet klopt, omdat niet van het totaalbeeld wordt uitgegaan van wat er allemaal gebeurt in de wereld, en een redactie moet altijd selecteren uit dat totale nieuwsaanbod. De Bruijn meent dat ze daar wel rekening mee heeft gehouden, door ook te melden wat er verder voor nieuwsitems op een bepaalde dag het nieuws haalden. Ze zegt dat de journalisten in de zaal een voorbeeld kunnen nemen aan Belgische televisiemakers. Zij laten niet alleen Israëlische woordvoerders aan het woord, maar ook de Palestijnse kant. Brechtje van de Moosdijk, chef Buitenland van RTL-nieuws, vindt dat je niet in elk item de 'obligate quote' van beide partijen erin kunt hebben. 'De ene keer doe je de ene kant, de andere keer de andere kant. Anders wordt het saai.' Door de scheve beeldvorming, stelt De Bruijn, worden de begrippen veiligheid en bescherming steeds geassocieerd met Israël, terwijl er nooit wordt gezegd dat de Palestijnen bang zijn of zich niet veilig voelen. Sinds het boek van Joris Luyendijk Het zijn net mensen (2006) over hoe moeilijk het is evenwichtig te berichten uit het Midden-Oosten, is er volgens haar niet veel veranderd. De Bruijn vindt bijval in de zaal. Karima El Abodi (NOS buitenland redactie) zegt dat het heel makkelijk is om altijd de kant van de Israëli's te tonen doordat die altijd woordvoerders kant en klaar in de aanbieding hebben. Volgens haar collega-redacteur Ernest Claassen probeert correspondent Sander van Hoorn toch altijd een tweeledig beeld te geven. Maar, zegt ook hij, je kunt niet álles in een reportage stoppen. Nel Ruigrok van de Nederlandse Nieuwsmonitor gelooft dat er een kern van waarheid in het verhaal van De Bruijn zit, en volgens haar komt dat doordat we, cultureel gezien, dichter bij de Israëliërs staan; iets wat Luyendijk al schreef. Dat Israël goede pr kan betalen, en de Palestijnen niet, zie je terug op tv. Van de Moosdijk van RTL Nieuws is het daar niet mee eens. Tegenwoordig doen de Palestijnen die pr net zo goed, zegt ze. En dat beaamt De Bruijn weer. 'Maar', zegt zij, 'het is wel belangrijk hoe je het vervolgens allemaal monteert.'
OntredderingStephan Sanders oppert dat je toch best veel Palestijnse ontreddering ziet in de reportages, en nooit Israëlische ontreddering. Volgens De Bruijn worden daar ook reportages over gemaakt, maar mist ze daarin een context. Als Israël Gaza binnentrekt, wordt er altijd een reden voor gegeven, maar bij een aanslag door Hamas, geeft men er geen reden bij. Was De Bruijn eigenlijk zélf niet vooringenomen bij haar onderzoek, vraagt Sanders, want ze werkt onder meer voor Een Ander Joods Geluid (de stichting die kritische meningsvorming rond Israël wil bevorderen). Ze zegt dat de resultaten anders zijn dan ze had verwacht. Ze had verwacht dat de media gewoon niet meer geïnteresseerd waren in het conflict; maar volgens haar is er weinig aandacht voor omdat er weinig Israëlische slachtoffers vallen. Er zou nog een reden kunnen zijn waarom de bestudeerde televisierubrieken weinig aandacht besteedden aan het conflict, suggereert Nel Ruigrok van de Nieuwsmonitor: de Nederlandse media hebben de afgelopen tijd vooral gefocust op Irak en Afghanistan, onder meer omdat in dit laatste land Nederlandse troepen zijn; en het publiek kan niet te veel buitenlands nieuws aan. Ook zou het voor dit onderzoek goed zijn om het Nederlandse publiek te ondervragen hoe díe het conflict zien. Zo'n enquête is volgens De Bruijn nooit in Nederland gedaan, ze merkt alleen vaak dat Nederlanders niet veel van het conflict begrijpen. Volgens internetredacteur van Trouw Jaap Meijers is er wél publieksonderzoek gedaan, maar aangezien dit een Brits publieksonderzoek was, heeft De Bruijn dat buiten beschouwing gelaten.
DiaboliseringIn zijn column laat Mohammed Benzakour* geen twijfel bestaan over zijn opvatting over de Nederlandse berichtgeving: 'Het is gemakkelijk aantoonbaar dat de heersende opinie duidelijk doorslaat ten gunste van Israël', zegt hij. Hij geeft een aantal verklaringen: de Midden-Oostencorrespondent van het Algemeen Dagblad (en de Evangelische Omroep) is voormalig voorzitter van de Nederlandse Zionisten Bond en zijn dochter bekleedt een woordvoerderfunctie binnen het Israëlische leger. De verslaggever van de Volkskrant neemt zelfs deel als reisleider aan Cidi-reisjes naar Jeruzalem. En op de verschillende teleteksten wordt Hamas altijd vergezeld van een woordtoevoeging: 'moslimfundamentalistisch', 'terroristisch' of 'extremistisch'. Voor deze kwalificaties zijn misschien best goede argumenten aan te dragen, zegt Benzakour, maar evenzeer zijn goede argumenten aan te dragen om Israël te vergezellen met 'staatsterroristisch' of 'apartheidsregime'. Maar dat lees je nooit. Ook turfde Benzakour van enkele grote dagbladen en omroepen de hoeveelheid Palestinagezinde columnisten versus Israëlgezinde columnisten, en kwam uit op 3: 21. Waar, roept hij uit, is de Nederlandse commentator van de statuur van een Robert Fisk (kritische Britse MO-correspondent, FV)? Op de vraag of Benzakour zelf geen Robert Fisk zou willen zijn, antwoordt hij dat dat nog niet eenvoudig is in Nederland. Krantenredacteuren zijn toch vaak terughoudend om dwarse meningen te publiceren, heeft hij ervaren. Het essay dat hij schreef over waarom Nederland goed af zou zijn als Hirsi Ali uit Nederland (naar de VS) zou vertrekken, bood hij bij verschillende kranten aan, maar is niet aangenomen. Het zou teveel als trap achterna worden beschouwd, vreesden de redacties. (Het is uiteindelijk in zijn boek bij uitgeverij Augustus gepubliceerd). Ook over het Midden-Oostenconflict zijn stukken van hem geweigerd. Hajo Meyer van Een Ander Joods Geluid vraagt zich af waarom de media niet door hebben dat ze 'diabolisering' teweeg brengen met de bijvoeglijk naamwoorden die ze hanteren: de 'terroristische' Hamas etc. Hier komt geen reactie op. Evenmin op zijn verhaal dat een paar weken geleden 24 joodse clubs uit Israël die het niet eens zijn met de bezetting van de Palestijnen, met allerlei hulpgoederen naar de Palestijnse gebieden zijn gegaan, maar daar zijn tegengehouden door Israël. 'Daar is geen aandacht voor geweest, zo eenzijdig bent u, journalisten!' Overigens weerspreekt Louis Zweers, docent fotojournalistiek van de Erasmus Universiteit, dat de beeldvorming volledig door Israëlische woordvoerders zou worden bepaald. Uit onderzoek in 2002 gedaan op de West Bank, en in 2006 in Libanon, blijkt dat zo'n zestig procent van de beelden uit die gebieden door Arabische stringers wordt geleverd; AP, AFP, allemaal gebruiken ze die beelden. Dus het is onzin, vindt hij, dat er geen ruimte zou zijn voor het leed van de Palestijnen. Oud IKON-medewerker Leon Willems vindt dát weer 'lulkoek', de enige reden dat Arabische stringers daar filmen, is dat westerse fotografen en filmers de risico's niet durven te nemen, beweert hij. Maar editors in Nederland bepalen uiteindelijk welke delen ervan gebruikt worden, en plaatsen het materiaal in een context. Hij voegt eraan toe dat media geen meningen moeten ventileren, en daar lijkt het hier en op tv wel op. Media moeten zeggen wat er gebeurt. Geen meningen, maar feiten. Maar, verzucht Sanders, wanneer is een feit een feit? Lees Joris Luyendijk er maar op na hoe moeilijk dat is in deze contreien. Eindredacteur Kay Mastenbroek van Llink stelt dat volgens internationaal recht de Muur onwettig is. Dus: dat is een feit. In België lukt het heel goed om feitelijk te berichten, en de BBC trouwens ook. Maar daar zet Brechtje van de Moosdijk van RTL-Nieuws ten slotte nog een kanttekening bij: uit onderzoek vijf jaar geleden bleek dat de Britse bevolking dacht dat de Palestijnen de bezetters in het conflict waren, dus hoe goed de berichtgeving dáár nou is... [Fenneken Veldkamp / 20 maart 2008]
* volledige column Benzakour: Vorig jaar verscheen in Amerika (na het essay) het geruchtmakende boek The Israël lobby and U.S. Foreign Policy van de twee professoren Stephen Walt en John Mearsheimer. In 560 bladzijdes brengen zij minutieus in kaart hoe in de V.S al decennialang de Israël-lobby (een machtig politiek en mediamiek netwerk van joodse organisaties, christenfundamentalisten en neocons) aan de knoppen draait van de Amerikaanse Midden-Oostenpolitiek - met al zijn schadelijke effecten, voor de regio en voor Amerika zelf. Een moedig en baanbrekend standaardwerk over een onderwerp waarop al zo lang een groot taboe rust. Ook maakt dit boek duidelijk welke frisse en minder frisse strategieën deze lobby aanwendt om ieder kritisch debat over Israël in de kiem te smoren. Behalve NRC Handelsblad en VPRO's Tegenlicht is aan dit boek vrijwel geen aandacht besteed. Toen vorig jaar de Nederlandse vertaling verscheen, telde ik welgeteld één recensie, in de Volkskrant. Deze kwaliteitskrant wees een joodse commentator aan wiens Israëlische preoccupaties elke week te bewonderen zijn in zijn column. En, zoals zo vaak gebeurt, eindigde diens 'recensie' met de opmerking dat hij er een 'nare smaak' aan overhield - als bekend, een nauwelijks verhulde manier om iemand het stempel antisemiet op te plakken. Discussie gesloten. Een collega van mij stuurde hierop een klachtbrief naar de Ombudsman van de Volkskrant (19 oktober 2007). Op zijn brief is nooit gereageerd, noch een ontvangstbevestiging. De ironie wil dat zowel de recensie als het zwijgen van de Ombudsman onbedoeld de kern van dit boek onderstreepten. Een vraagje: kunt u zich voorstellen dat een grote landelijke krant een Palestijnse journalist in dienst neemt die vroeger tevens voorzitter was van de Nederlandse PLO-tak en waarvan de dochter werkzaam is bij de gewapende tak van Hamas? Toch is de MO-correspondent van het Algemeen Dagblad (alsmede Evangelische Omroep) de voormalige voorzitter van de Nederlandse Zionisten Bond en bekleedt zijn dochter een woordvoerderfunctie binnen het Israëlische leger. Nog een vraag: zou een kwaliteitskrant een Palestijnse correspondent in dienst nemen die regelmatig bijklust voor een binnenlandse organisatie die rechtsreeks gefinancierd wordt door de Palestijnse Autoriteit? Toch is de verslaggever van de Volkskrant kind aan huis bij Cidi-bijeenkomsten en neemt hij zelfs deel als reisleider aan Cidi-reisjes naar Jeruzalem. Hetzelfde geldt voor de banden tussen medewerkers van NOS Radio 1, Vrij Nederland en het Cidi (waarvan een bestuurslid directe bedrijfsbelangen heeft bij de bouw van de Muur). Natuurlijk, kranten publiceren af en toe (nu meer dan vroeger) ingezonden stukken waarin de Israëlische politiek wordt aangevochten, maar het is gemakkelijk aantoonbaar dat de heersende opinie duidelijk doorslaat ten gunste van Israël. Waar is bijv. de Nederlandse commentator van de statuur van Robert Fisk of Patrick Seale? Komt er iemand ook maar in de buurt komt van Israëlische criticasters als Amira Hass, Akiva Eldar, Gideon Levy en Bradley Burston? Die kennen wij niet. Bij nieuwsrubrieken, waaronder ook uitdrukkelijk de drie Teleteksten (NOS, RTL en VRT) - wordt Hamas altijd vergezeld van een woordtoevoeging: 'moslimfundamentalistisch', 'terroristisch' of 'extremistisch'. Zij werken al bijna afstompend. Voor deze kwalificaties zijn misschien best goede argumenten aan te dragen. Maar evenzeer zijn goede argumenten aan te dragen om Israël te vergezellen met 'staatsterroristisch' of 'apartheidsregime'. Of 'theocratisch', of 'bezettende mogendheid', 'het internationale recht schendende', 'de racistische' etc. Maar dat lees je nooit. Voorts kwam na turven van enkele grote dagbladen en omroepen het volgende cijfer. De verhouding Palestinagezinde columnisten/commentatoren (al dan niet met Arabische achtergrond) versus Israëlgezinde columnisten/commentatoren is ongeveer 3 - 21. Het gaat er niet om of pro-Palestijnse opiniemakers altijd gelijk hebben of dat pro-Israëlische commentatoren altijd ongelijk; het punt is dat een pro-Palestijns geluid nauwelijks kans krijgt; een onevenwichtigheid die raakt aan de essentie van kwaliteitsjournalistiek. We kunnen ons niet voorstellen dat de komende 30 jaar de NOS haar verslaggeving overlaat aan een Palestijnse correspondent die kantoor mag houden in Rammalah en met familie op The Westbank. Toch was dat spiegelbeeldig het geval bij de NOS de afgelopen 30 jaar met een joodse correspondent woonachtig in Joods-Jeruzalem. Dat dit journalistiek deficit niet eeuwig houdbaar is, moge allereerst blijken uit de invloed die het heeft op de groep die al zo lang inzet is van nationaal debat: de moslimpopulatie. Momenteel is ongeveer 50% van de Amsterdamse bevolking van allochtone herkomst en kennen we bijna een miljoen moslims in Nederland. Dit betekent dat andere, nieuwe maatschappelijke verhoudingen ontstaan. Als de vermijding of ontkenning hiervan een teken is van mislukte integratie, is het huidige conflict een teken van voortschrijdende segregatie.
Er zijn trends merkbaar dat het islamitische hoor- en lezerspubliek steeds minder afhankelijk is, of sterker: zich afkeert van de reguliere nationale nieuwskanalen. Deze, moslims, hoofdzakelijk jongeren, bestaan - het klinkt misschien vreemd - niet louter uit radicalen, maar zijn grotendeels keurig opgeleide jongens en meisjes met dikwijls een oppassend gezinsleven. Sinds de opkomst van de satellietantenne en internet, zijn er beelden van de werkelijkheid ontstaan die lange tijd aan ons oog werden ontrokken. Het internet maakt een alternatieve nieuwsvoorziening mogelijk die doet denken aan de samizdat van de jaren zeventig in de Sovjet-Unie. Zo laat Al Jazeera analisten aan het woord die steevast ontbreken in de kaartenbakjes van Nova. Marokkaanse nieuwszenders tonen beelden van uiteengereten Palestijnse kinderen, die RTL en NOS liever niet uitzenden omdat deze weerzinwekkendheid moeilijk te rijmen is met de steriele 'vergeldingsacties' van Israël. Op YouTube zijn documentaires te zien waar niet alleen de angsten van Israëlische burgers breed worden uitgemeten, maar ook de verschrikkingen van het Israëlische leger, zoals bulldozers die 's nachts huizen met gezinnen platwalsen omdat ze 'in de weg' zitten. Niet alleen komt de bange Israëlische moeder uitgebreid aan het woord, maar ook de Palestijnse boer wier akkers, olijfgaarden en veestapel - zijn enige inkomstenbron - zijn vernietigd. Uit de filmpjes die met verborgen camera's zijn opgenomen door jongens die de dood niet vrezen, blijkt Gaza niet zomaar 'een strookje bezet gebied' met een 'veiligheidhek' eromheen, maar heeft het eerder iets weg van een levensgrote openluchtgevangenis waar de Gazanen als ratten in de val zitten. Wie een rondgang maakt langs Marokkaanse, Turkse en Islamitische internetfora (marokko,nl, magrebonline.nl, KifKif, Indymedia, Radioislam.org, Al Aqsa.net) zal merken hoe een hele generatie zich kapot ergert aan het scheefgetrokken beeld van de Palestijnse Zaak. Onlangs volgde ik een discussie op een islamitisch forum; een jongeman vertelde omstandig dat als hij wil weten wat er in Gaza gaande is, hij alle bronnen raadpleegt, The Herald Tribune, Bahrain Tribune, Al Jazeera, Libération, en zelfs Ha'aretz, maar niet de Nederlandse. Hij gaf vele voorbeelden, ik citeer er een. "In juli vorig jaar heeft de Israëlische regering een wetsontwerp aangenomen waarin werd bepaald dat het Jewish National Fund (landeigenaar 14% van Israël) alleen land mag verkopen aan joden. Nu was dat in de praktijk al zo, door Arabieren toegang te verbieden op verkoopdagen, maar nu is het officieel: heb je het 'verkeerde' DNA, dan wordt je door de overheid uitgesloten. Is dit gewoon Apartheid? Nee, dit is geïnstitutionaliseerde Apartheid. Maar niets hierover in de Nederlandse media!" Alle forumleden reageerden instemmend. Waarop dan de vaak de verzuchting volgt: 'Nederland is gewoon een tweede Israël'. Het is dan ook niet gek dat de wijze waarop bij de NMO en de NIO (samen slechts 1 uurtje tv-zendtijd/week) over het Palestijnse vraagstuk wordt gediscussieerd fundamenteel verschilt van de benadering in onze opiniepagina's. Bij beide omroepen is veel meer oog voor de achtergronden van het conflict, alsmede de humanitaire en mensenrechtelijke kant; aspecten waarop Nederland zich altijd graag als gidsland profileerde. Het islamdebat dat in Nederland wordt gevoerd, en dat ons inmiddels beroemd heeft gemaakt tot ver over de grenzen, heeft de Palestijnse betrokkenheid van hier wonende moslims uitsluitend sterker gemaakt. Het tragische lot van de Palestijn wordt ervaren als het eigen lot. Ofschoon in Nederland geen bezettingsleger en checkpoints met prikkeldraden zijn, ofschoon hier geen raketten op ze af worden gevuurd, hier zijn het de frequente aanvallen van zekere politici en opiniemakers die als schotwonden worden ervaren. De moslims betrokkenheid draait hoofdzakelijk om religieuze en politieke loyaliteit. Er zijn allerlei varianten op dat gevoel, en oneindig veel manieren om er uitdrukking aan te geven. Activisme, demonstraties, schenkingen, emotionele solidariteit, een verhoogde belangstelling voor nieuws uit de Bezette gebieden: Al die nuances hoeven alleen maar onder één noemer te worden gebracht - die van de islam - en de hele islamitische gemeenschap wordt een grote broederschap. Je kunt dus stellen dat vanwege de vereenzelviging het islamitische verleden via een omtrekkende beweging geannexeerd wordt door het Israëlische heden. Al met al, betekent het dat gestadig de situatie ontstaan is dat een groeiende, zich met de Palestijnen afficherende moslimpopulatie verkeert in een land dat zich politiek en journalistiek afficheert met de andere partij. Je hoeft dan ook geen onheilsprofeet zijn om te voorspellen dat deze discrepantie vroeg of laat brokken geeft. Vele nota's, symposia, columns en Kamerdebatten zijn en worden eraan besteed om de moslimpopulatie aan dit land te binden, om hun harten te winnen, om hun gevoelens van loyaliteit te verhogen, om radicalisering tegen te gaan. Het gaat dan over strengere inburgeringdictaten en verbod van importbruiden; over het opdreunen v/h Wilhelmus tijdens naturalisatieceremonieën; en over nog meer AIVD en nog minder privacy; over het sluiten van moskeeën en het uitzetten van imams, enzovoorts. Maar dit alles lijkt op symptomatische gelegenheidsbestrijding. Het zou enorm schelen als de politiek een grondige zelfreiniging ondergaat ter fatsoenering van het geperverteerde politieke klimaat. Met daar onmiddellijk aan gekoppeld: een zelfreiniging door het journaille - in naam van het taboeloze, maar zuivere debat. Immers, wanneer de dialoog van woorden ophoudt, ontstaat de dialoog van daden. En dát levert, goedschiks of kwaadschiks, hoofdzakelijk daders op.
Mohammed Benzakour
Reactie Pieter Broertjes, Hoofdredactuer De Volkskrant De volgende publicaties zijn uitgegeven door of in opdracht van de Dick Scherpenzeel Stichting. Titels zijn - zolang de voorraad strekt - te bestellen bij het bureau. Administratie- en verzendkosten worden in rekening gebracht. Verslag Scherpenzeel Salon 'Media en Ontwikkelingsorganisaties: wie doet er nu zijn werk niet goed?' Najaar 2003 Cahier Oorlogsverslaggeving. Een serie interviews van Jeroen Ansink met een tiental gelouterde oorlogsjournalisten. In opdracht van de Dick Scherpenzeel Stichting, Februari 2003 Prijs € 5 Reader Scherpenzeel Seminar berichtgeving Midden-Oosten (Juni 2002), samengesteld door Jan Keulen en Liesbeth van Houten. Een verzameling artikelen over de on-going discussie met betrekking tot de berichtgeving over het MO. Met een overzicht van de geschiedenis van het conflict, relevante websites en literatuur. Uitg. Dick Scherpenzeel Stichting, 2002 Prijs € 5 Cahier 'Hoor en Wederhoor in Indonesië', journalistiek onderzoek naar Nederlandse berichtgeving over Indonesië in opdracht van de Dick Scherpenzeel Stichting. Voldoen de media aan het ideaal van onafhankelijke, evenwichtige en onpartijdige berichtgeving zoals dat op de scholen voor Journalistiek wordt onderwezen? Met o.a. interviews met Jan Breman, Wout Wolz, Bob Mantiri en Nico Schulte Nordholt. Uitg. Dick Scherpenzeel Stichting, 2002 Prijs € 5 Verslag Scherpenzeel Salon berichtgeving Latijns-Amerika met inleider Ineke Holtwijk, juni 2001 Prijs € 3.50 Deel 1 Dick Scherpenzeel-reeks 'Redactie Binnenland', een bundeling van artikelen, geschreven op redactielokalen van kranten in uiteenlopende landen als Papua Nieuw-Guinea, Brazilië e.a. Deze serie verscheen in De Groene Amsterdammer en werd onderscheiden met de Dick Scherpenzeelprijs 1999. Uitg. Mets & Schilt, Amsterdam 2001. ISBN: 90 5330 307 33 Prijs € 15 Videobanden: 'African Ways", views of African journalists on ethics (2000). Prijs € 9 'Israel en de Palestijnen; Waar staan de Nederlandse Media?', samenstelling Jacqueline de Bruin, 2002 Diversen Dick Scherpenzeel Stichting: Monografie Dick Scherpenzeel (1996). Prijs € 3.50 Cd-rom 'De derde wereld verslagen'. Bevat het werk van de prijswinnaars 1991-1996, de bibliografie Communicatie en Ontwikkeling, impressies van de bijeenkomsten 'De derde wereld verslagen' en 'Connecting journalists' en interviews met Robert Kaplan. Prijs € 6 Juryrapporten: Juryrapport prijs 2000, uitgereikt aan VPRO/DNW voor het documentaire vierluik 'Globalisering' en Duco van Tellegen voor zijn film 'Achter gesloten ogen' Juryrapport Fotoprijs 2001, uitgereikt aan Kadir van Lohuizen voor zijn fotoreportage over de diamantwinning in Sierra Leone, gepubliceerd in Volkskrant Magazine Jaarverslagen: Jaarverslag 2000, 2001, 2002 Elders verkrijgbare uitgaven van de Dick Scherpenzeel Stichting: 'Met andere woorden', Nederlands-/Engelstalige bundel artikelen en verslagen naar aanleiding van symposium over 'westerse' en 'Afrikaanse' journalistiek. Te bestellen bij SNV, Den Haag. 'The Mozambican press'. A historical overview and a political anaysis. By Aida Gomes da Silva. Published by Katholieke universiteit Nijmegen. |