Juryrapporten

Foto hierboven is gemaakt door Sven Torfinn, winnaar van de Dick Scherpenzeel fotoprijs 2006. De foto's uit de serie 'De presidentskandidaat' geven een heel belangrijk moment in de ontwikkeling in Congo weer, rond de eerste verkiezing in 40 jaar. De reportage heeft veel aandacht voor Congo in de media gegenereerd. "Het werk is absoluut top, het is ijzersterk om met dit soort beelden terug uit Congo te komen, gezien de moeilijkheidsgraad van werken daar." oordeelde de jury.

 

 

 

Juryrapporten:


Juryrapport 2009

Shortlist 2009

Juryrapport 2008

Leesrapport (shortlist) 2008

Juryrapport 2007

Juryrapport 2006

Juryrapport 2005

Juryrapport 2004

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Juryrapport 2009


Thema: Continuïteit en Verandering

Bijeenkomsten als deze zijn inmiddels een traditie geworden. De Dick Scherpenzeel Stichting kent voor de negentiende keer een prijs toe voor journalistieke artikelen en radio-, televisie-, internet- of fotografieproducties die inzicht geven in ontwikkelingsprocessen in niet-westerse landen: De Dick Scherpenzeel Persprijs. Vanavond staan de producties die in 2009 werden gepubliceerd centraal en specifiek de 48 inzendingen die ter beoordeling aan de jury werden voorgelegd. Drie daarvan waren aanvankelijk bedoeld voor de Aanmoedigingsprijs voor jonge, beginnende journalisten. Maar omdat de reglementen stellen dat er ten minste vijf inzendingen moeten zijn - wil de prijs worden uitgereikt - zijn deze inzendingen bij die van de Persprijs gevoegd. De Aanmoedigingsprijs vervalt daarmee dit jaar. Weliswaar in de hoop dat de reglementen worden aangepast en dat niet langer het aantal van vijf inzendingen, maar de kwaliteit van de inzendingen bepalend is. Ook al is er maar één gegadigde voor de Aanmoedigingsprijs: als de kwaliteit van het ingezonden werk een prijs afdwingt, kan deze best worden uitgereikt, vindt de jury.

    De Dick Scherpenzeel Persprijs fungeert als een vehikel om ten minste één keer per jaar het belang van onafhankelijke berichtgeving over ontwikkelingsprocessen in niet-westerse landen te onderstrepen. En om die mannen en vrouwen een hart onder de riem te steken die vaak onder moeilijke omstandigheden leven - als ze freelancer zijn, zoals menigeen in deze tak van de journalistiek – en ondanks een schrale beloning voor hun werk.
    Tjitske Lingsma, de prijswinnares van vorig jaar met haar boek Het verdriet van Ambon – Een geschiedenis van de Molukken heeft aan het begin van deze feestelijke avond betoogd dat buitenlandberichtgeving in de traditionele media onder druk staat. Dat als gevolg van technologische en andere ontwikkelingen er tal van nieuwe ‘outlets’ voor buitenlandjournalisten zijn bijgekomen om hun werk te blijven publiceren. En dat deze producties in de prijzen vallen. De kwaliteit wordt opgemerkt en beloond.

    [Ook al constateerde ik (juryvoorzitter Froukje Santing, red.) afgelopen week bij het openslaan van de boekenbijlage van NRC Handelsblad dat zelfs winnaars van prestigieuze prijzen bij de ramsj komen te liggen.]

    Lingsma’s boodschap is ook dat wie als journalist vandaag de dag wil slagen over een grote mate van creativiteit en ondernemerschap moet beschikken. Indachtig de 48 inzendingen die dongen naar De Dick Scherpenzeel Persprijs 2009, wil ik de lijn van Tjitske graag nog wat verder inkleuren. Uit de inzendingen dringt zich het beeld op dat, naast die onontbeerlijke creativiteit en ondernemerschap, twee andere zaken in de buitenlandberichtgeving cruciaal zijn: hoe bewerkstelligen de media zowel verandering als continuïteit?

Wat bedoel ik daarmee?

    Het monopolie dat de traditionele media menen te bezitten op hoe de journalistiek bedreven en uitgedragen moet worden, is niet onbetwist. Rivalen, zowel binnen als buiten zijn geledingen, hebben ook door de geschiedenis heen die autoriteit trachten te ondermijnen. Vandaag de dag is de ‘concurrentie’ groter dan ooit. Technologische innovaties hebben geleid tot een toename van het aantal officiële en niet-officiële media, tot een grote pluriformiteit aan wat terecht en onterecht wordt aangeduid met media-uitingen.
    Dat brengt soms fantastische nieuwe kansen met zich mee: zoals gelegenheidsjournalistiek met een gouden randje. Dat was afgelopen jaren onder de inzendingen voor de Persprijs te zien. Maar het biedt ook bedenkelijke mogelijkheden aan mensen, organisaties, groeperingen, religieuze autoriteiten en (nationale) overheden die de journalistiek zien als een vehikel voor eigen belangen.
    De uitdaging in de professionele journalistiek is om de kernwaarden van het vak, kwaliteit en onafhankelijkheid, vast te houden. Tegelijkertijd is het ook van belang de veranderingen in te lijven die technologische en andere ontwikkelingen journalisten bieden. Alleen op die manier zijn journalisten in staat om in dat nieuwe krachtenveld hun autoriteit als onafhankelijke informatievoorziener te bestendigen.

    De uitdaging om zowel continuïteit als verandering te bewerkstelligen, geldt niet exclusief voor de buitenlandberichtgeving. Maar het is in de context van vanavond wel een extra punt van aandacht. Het in stand houden van onafhankelijke kwaliteitsjournalistiek over dit nog steeds veels te grote deel van de wereld waar oorlogen woeden en conflicten worden uitgevochten, met instabiele politieke systemen tot het totaal ontbreken van enig centraal gezag, dient namelijk nog een ander belang. Het gaat over gebieden waar de pers - laat staan een pluriforme pers die noodzakelijk is in een democratie - ontbreekt of gebrekkig functioneert. Dat betekent dat de buitenlandjournalisten zelf vaak niet in staat zijn de rol in te vullen die onafhankelijke media plachten te spelen in een samenleving:

1.    waakhond zijn, van de democratie
2.    een maatschappelijk forum dienen,
3.    als informatiebron voor burgers om aan het politieke proces deel te nemen
   
    Het aantal nieuwsbronnen is gebrekkig, laat staan dat deze bronnen onafhankelijk zijn. Dat maakt het extra belangrijk dat organisaties als De Dick Scherpenzeel Stichting onafhankelijke berichtgeving over dit deel van de wereld door Nederlandse journalisten stimuleert en er prijzen voor uitreikt. Het dient een groter belang dan het geven van inzicht in ontwikkelingsprocessen in niet-westerse landen aan Nederlandse lezers, kijkers, luisteraars alleen. Journalisten hebben, en daarmee onderscheiden ze zich van andere informatievoorzieners, de taak om met name ook een stem te geven aan zij die geen stem hebben of wiens stem op vaak autoritaire of gewelddadige wijze wordt weggedrukt. In binnen- en in buitenland.
    Dat is de traditie waarin De Dick Scherpenzeel Stichting met De Dick Scherpenzeel Persprijs voor staat en wil staan. Het is dan ook verheugend dat het voortbestaan van de stichting en de prijs in ieder geval de komende vijf jaar onder het dak van FreeVoice is veiliggesteld. Aan Freevoice de opdracht om deze traditie zowel te continueren als veranderingen te bewerkstelligen.

Nu naar de inzendingen:
    De 48 ingezonden producties varieerden in kwaliteit. Om het onparlementair te zeggen: het geheel was een allegaartje. Er zaten verrassingen en hoogtepunten tussen. Vele inzendingen pasten ook prima in het beeld dat kwaliteitsmedia gewoonlijk van zichzelf afgeven. Zoals één van de juryleden een aantal keren opmerkte: “Is dat niet gewoon je werk doen? Waarom zou deze productie beloond moeten worden met een prijs?”
    In andere gevallen vonden we bijvoorbeeld het onderwerp belangwekkend of de aanpak vernieuwend, zoals respectievelijk de artikelenreeks Operatie Koolvis in NRC Handelsblad en de multimedia-productie City life in Afrika in NRC-Next. Maar in beide gevallen werd eenduidig geconstateerd dat die creatieve aanpak onvoldoende was doorgetrokken in de presentatie. Dat geldt vooral voor City life in Afrika. Een crossmediale productie waarvan afstraalt dat het vooral ook een experiment is voor de maker zelf. De vernieuwing zat in de vorm, en nog te weinig in de inhoud.
    Een ander voorbeeld van indrukwekkende journalistiek is de artikelenreeks Van Accra naar Amsterdam in de Volkskrant. Maar toch schiet de uitwerking tekort. Een van de juryleden noemde: “De aankondiging belooft meer dan in de artikelen wordt waargemaakt. Sommige stukken van de reis zijn overgeslagen en de ontberingen van de migranten zijn onvoldoende invoelbaar.”
    Een meer algemene opmerking is dat, aldus een ander jurylid, de ‘maker’ constant in beeld is. Menig journalist heeft de neiging zichzelf pontificaal tot onderdeel van zijn ‘verhaal’ te maken. Maar per saldo levert dat helaas vaak te weinig op. “Best een aardig verhaal, maar het blijft steken in een particulier reisverslag”, noteerde een jurylid over één van de ingezonden boeken. In een enkel geval, zoals Paranoia Paraguay, was het onduidelijk waarom het boek was ingestuurd omdat de productie feitelijk geen journalistieke pretentie heeft. Het is van A tot Z een egodocument.
    Andere journalisten, zoals bij Birma: Land van geheimen, betrachten juist een grote mate van terughoudendheid in het opvoeren van zichzelf in het verhaal dat wordt verteld. De aanwezigheid van auteur Minka Nijhuis is juist functioneel. De geschiedenis van Birma is “van de eerste tot de laatste bladzijde vanuit eigen waarneming” opgetekend.
    Lof is er ook voor de inzending Nieuw in de stad (Coming to the city) van Metropolis van de VPRO. “Mooie enscenering, makers laten veel zien, eenvoud is de kracht van deze documentaire. Het is mooi dat lokale journalisten aan het werk zijn. Zij hebben toegang tot belangrijke verhalen en ideeën”, zijn enkele opmerkingen van juryleden. Maar ook: “rommelig en niet goed gefilmd. Zeker geen eye-opener. Het verhaal was eigenlijk voorspelbaar”. Een ander jurylid vroeg zich af waarom Metropolis juist deze uitzending heeft ingezonden. Waren er geen sterkere voorbeelden?

Nog twee laatste opmerkingen voor ik naar de bespreking van de top drie ga en ten slotte naar de winnaar van de De Dick Scherpenzeel Persprijs 2009. De jury vond het opvallend dat geen enkele inzender aandacht besteedde aan hét onderwerp dat de wereld al geruime tijd bezighoudt. Ten eerste de financiële crisis, de effecten en, in het licht van deze prijs, voor de niet-westerse wereld in het bijzonder. Het is een megaverhaal dat zich juist in 2009 in al zijn diversiteit uitrolde. Wellicht was het nog iets te vroeg voor diepgaande analyses in boekvorm, maar er waren ook geen inzendingen met bijvoorbeeld een reeks artikelen over dit onderwerp, die immers een kortere productietijd vergt.
    Ook bevreemdde het de jury dat ´niets´ over Zuid-Amerika is ingestuurd, terwijl een land als Brazilië - overigens net als Turkije, een ander aandachtsveld dat ontbrak - vanuit de periferie oprukt. Niet alleen economisch, maar ook op het vlak van de internationale diplomatie, zoals we onlangs hebben gezien. “Hoe zijn deze blinde vlekken onder de inzendingen te verklaren?” vraagt de jury zich af.   
    En tot slot opnieuw de problematiek van het beeld. Ook deze keer constateerde de jury dat een inzending als die van fotograaf Joel van Houdt, Mohamed Entering Europa, prachtig werk bevat. Helaas hebben foto’s zonder de context van het verhaal van hoe ze tot stand zijn gekomen – waarvoor overigens in het geval van Joel van Houdt groot respect - toch minder zeggingskracht. De jury is (nog steeds) verdeeld over de vraag of je één prijs uitreikt: simpelweg de beste journalistieke productie van het jaar, ongeacht via welk medium dat tot uitdrukking is gebracht, of dat beeld toch weer, zoals tot voor enkele jaren, apart beloond moet worden. Voor FreeVoice wellicht reden om deze kwestie opnieuw te bezien.

Nu de Top Drie - de genomineerden:

•    Iran 2009, van verkiezingen tot burgeropstand
dagbladartikelen door Thomas Erdbrink (NRC Handelsblad)
•    Weapon of war – confessions of rape in Congo
een documentaire door Femke en Ilse van Velzen
•    Expeditie Uruzgan. De weg van Hamid Karzai naar het paleis
boek van Bette Dam

Iran 2009:
Thomas Erdbrink is er, volgens de jury, in geslaagd om in moeilijke omstandigheden een belangrijk en complex thema te verslaan. Hij verslaat vanuit verschillende invalshoeken, met een grote nadruk op de oppositie, de landelijke verkiezingen in het shi’itische Iran die uitmonden in een burgeroorlog. Net als de revolutie komen zijn verhalen als een lawine op je af. Hulde daarvoor!

Expeditie Uruzgan:
Het is knap hoe Bette Dam gedurende het verhaal trouw blijft aan haar hoofdvraag: hoe en waarom juist de huidige president Hamid Karzai in Afghanistan aan de macht is gekomen. Na afloop van het boek begrijp je hoe de complexe Afghaanse verhoudingen in elkaar zitten. Het is verbazingwekkend hoe Bette Dam werkelijk overal, tot in het presidentiële paleis, binnenkwam. Haar aanpak dwingt respect af.

Weapon of war:
Deze documentaire van Femke en Ilse van Velzen is goed en integer gemaakt. De makers brengen heel mooi de volstrekte hulpeloosheid van de verzoening tussen man en vrouw weer, in het door geweld en verkrachting verscheurde Congo. De boodschap, het thema en de filmische momenten vallen prachtig samen. Dit is journalistiek werk van de hoogste klasse.

De winnaar van de De Dick Scherpenzeel Persprijs 2009 is

Femke en Ilse van Velzen
Weapon of War – confessions of rape in Congo



De Dick Scherpenzeel Stichting dankt de jury van harte.

De jury bestaat uit:
Froukje Santing, voorzitter (oud-correspondent NRC Handelsblad – nu
MA-student islamologie en freelancejournalist), Rudi Boon (journalist/documentairemaker), Kadir van Lohuizen (fotograaf en winnaar van verschillende fotoprijzen), Ben Rogmans (directeur/uitgever Dagblad De Pers), Bahram Sadeghi (programmamaker en journalist), Hendrien van de Weert (opleidingsmanager Radio/Televisie/stage/Freelance Faculteit voor Communicatie & Journalistiek in Utrecht) en Evert Nieuwenhuis (journalist, columnist en auteur).